De 'geen scherm voor je baby'-mythe, ontkracht
Voel je je schuldig over een videobelletje met opa vóór de tweede verjaardag van je baby? De richtlijn maakt juist expliciet onderscheid.

“Geen scherm voor je baby” klinkt in Nederland als een harde, absolute regel — genoeg om je schuldig te voelen over een videobelletje met opa of oma, of een momentje samen kijken naar een filmpje vlak voor de tweede verjaardag van je kind. Het advies zelf is inderdaad streng, maar het is geen ondoordacht “elk scherm is verboden”. Er zit een duidelijk, en voor de meeste gezinnen best werkbaar, onderscheid in.
Waarom het advies zo streng klinkt
GroeiGids — de opvoedinformatiesite die aansluit bij de jeugdgezondheidszorg — adviseerde in de update van juni 2025 om kinderen tot 2 jaar “helemaal niet” voor een beeldscherm te zetten, en voor peuters van 2 tot 4 jaar hooguit vijf tot tien minuten per keer, tot een half uur per dag. Dat sluit aan bij het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die voor kinderen jonger dan 2 jaar ook aanraadt om schermen helemaal te vermijden. Vergeleken met adviezen uit andere landen is dit aan de strenge kant — en juist die striktheid maakt dat het al snel voelt als een keiharde grens die geen enkele uitzondering toelaat.
Wat het advies eigenlijk uitzondert
Diezelfde GroeiGids-pagina noemt incidenteel videobellen met opa en oma expliciet als iets dat “natuurlijk geen probleem” is — ook voor kinderen onder de 2 jaar. Dat is geen toeval of kleine bijzin: internationaal wordt videobellen ook door kinderartsenorganisaties als enige uitzondering genoemd op het schermadvies voor de allerjongsten, juist omdat het interactief is. Een peuter die naar opa zwaait en meteen een reactie terugkrijgt, is aan het communiceren in het echt — niet passief aan het kijken naar iets dat langsflitst. Het onderscheid dat de richtlijn maakt, gaat dus niet zozeer over een leeftijdsgrens op de kalender, maar over interactief en samen tegenover passief en alleen.
Wat het onderzoek wel en niet zegt
De strenge basisregel komt niet uit de lucht vallen. Onderzoek naar vroege, intensieve schermblootstelling — vaak langdurig en zonder begeleiding — brengt dit in verband met latere verschillen, bijvoorbeeld in hoe snel kinderen keuzes leren maken en hoe vaak ze op latere leeftijd angstklachten ervaren. Onderzoekers die dit soort verbanden vinden, geven daar zelf ook een kanttekening bij: het is nog niet duidelijk hoe blijvend zo'n effect precies is, of in hoeverre het zich later weer herstelt. Dat soort onderzoek gaat bovendien over een patroon van veel, herhaald, passief schermgebruik over langere tijd — niet over het incidentele videobelletje dat de richtlijn juist uitzondert.
Wat dit betekent voor jouw gezin
Een videobelletje met familie is niet het soort schermtijd waar de basisregel voor bedoeld is — daar hoef je je op geen enkele leeftijd schuldig over te voelen. Zet je vóór de tweede verjaardag van je kind toch weleens ander beeldmateriaal aan, kies dan voor rustige, kwalitatief goede content en kijk samen mee en praat erover, in plaats van een scherm alleen te laten staan. Dit is geen vrijbrief om onbeperkt samen te kijken — de hoeveelheid blijft ertoe doen, en juist onbegeleid, alleen schermgebruik is wat de richtlijn op deze leeftijd probeert te voorkomen, niet elke vorm van een scherm zien. Heeft je kind al eerder, zonder begeleiding, wat tv gezien voordat je dit las, dan is dat geen reden om in paniek te raken — het gaat om het patroon vanaf nu, niet om één eerdere blootstelling.
Veelgestelde vragen
Telt videobellen met familie mee als schermtijd die ik moet beperken? GroeiGids behandelt dit apart van ander beeldmateriaal, op elke leeftijd, omdat het interactieve heen-en-weer contact dichter bij een telefoongesprek staat dan bij het kijken naar een programma.
Mijn kind heeft al wat tv gezien vóór de 18 maanden — heb ik schade aangericht? Incidentele blootstelling is niet waar de richtlijn zich zorgen om maakt; het gaat om het totale patroon van onbegeleid, passief schermgebruik, dus dat patroon vanaf nu bijstellen is wat ertoe doet, niet één eerder moment.
Meer voor deze fase
4 min. leestijd1 weergavenPeuter wil zich niet aankleden: is dat echt koppigheid?
Je peuter gilt en verzet zich zodra er kleding tevoorschijn komt. Dit is wat er volgens GroeiGids en het NJi echt speelt, en wat er in de praktijk helpt.
4 min. leestijd1 weergavenPeuter zegt overal nee: peuterpuberteit of toch een signaal?
Een peuter die de hele dag nee zegt, zit bijna altijd gewoon in de peuterpuberteit. Dit is volgens een jeugdhulprichtlijn wanneer het wel opvalt.
4 min. leestijd1 weergaven